Ik was alleen thuis met mijn kleine dochter. Ze was nog maar een jaar oud en kroop vrolijk door het appartement terwijl ik in de keuken stond te koken.
Uit mijn ooghoek zag ik haar de gang in kruipen — en toen werd het stil.
Toen ik keek, zat ze op de vloer. Voor haar — en deels in haar mond — lagen de resten van een muis die een van onze katten had binnengebracht. Haar mond zat onder het groen.
We gingen meteen naar de dokter. En terwijl ik daar zat, doodsbang, kwam ik tijdens mijn onderzoek iets tegen — het hantavirus, een potentieel dodelijk virus dat muizen kunnen dragen.
Dat was het moment waarop ik wist: dit mag nooit meer gebeuren.